Maarten Greuter, de ijsboer

20/06/2020

Bij de Sluisbrug in de Hazepolder

Soms kom je in Purmerend dingen tegen waarvan je denkt, hé wat leuk, dat wist ik niet. Regelmatig plaatsen we op deze site een artikel uit het boek Terugblikken, verhalen over de stad en haar bewoners, van Piet Jonker, redacteur/fotograaf van weidevenner.nl. Deze keer Maarten Greuter, de ijsboer.

Martinus Greuter, geboren op 19 oktober 1887  in Wijdewormer, en Johanna Hermina Daalmeijer, geboren 23 maart 1887 in Purmerend, trouwen in 1911 en gaan wonen boven de drankenhandel van Lau (later Steevers) op de hoek van de Zuidersteeg/Schoolsteeg. Er komen acht kinderen, vier zoons en vier dochters.
In 1933 woont de familie in de Hazepolder en Maarten zit zonder werk. De keuze is ‘in de steun’ of proberen zelf wat te verdienen. Ze nemen het dinsdagcafé van IJf Beets aan de Willem Eggertstraat 11 over en gaan daarbij snoep en kolen verkopen. Maarten haalt de kolen met de bakfiets bij het spoor en bezorgt door heel Purmerend. ’s Winters is hij in dienst van de gemeente al om vijf uur ’s morgens op pad om zout te strooien op en bij de vele gladde bruggen in Purmerend en in de zomermaanden verkoopt hij ijs. In de schuur aan de Kaatjessteeg wordt met de hand het wiel van een ijsbus rondgedraaid die in een mengsel van staafijs (bevroren water) en zout staat. Hiervoor worden grote in jute zakken gewikkelde staven ijs gehaald bij Dekker aan de Vooruitstraat. Later komt er een motor die via lange lederen banden verschillende machines aandrijft.

Mazzelen

Winkel aan de Willem Eggertstraat

Het café wordt steeds minder druk bezocht en de zaak wordt een snoepwinkel, waar de jeugd op zaterdag en zondag kan ‘mazzelen’. Voor een stuiver mag je met een lange stok de schijven in vier grote gaten op het bord proberen te spelen en Greuter houdt scherp in de gaten of de schijven niet stiekem opnieuw op het bord worden gezet . Moeder Jans verkoopt de snoepwaren, waaronder duimdrop, zoethout, spekken en zwart op wit en Maarten staat elke dinsdag met zijn ijskar op de markt. Hij heeft een vaste plek op de Westerstraat tegenover lunchroom Schoen en iedereen weet hem te vinden. Baldadige jongelui maken er een sport van om, op weg van school naar huis, papiersnippers door het loket naar binnen te gooien, waarop Maarten boos naar buiten komt en de wegsprintende jeugd met gebalde vuist naroept. Totdat een van de kwajongens door Maarten in de kraag wordt gegrepen en hardhandig terecht wordt gewezen. Andere markthandelaren ontzetten de geschrokken jongeling die voorgoed is genezen. Ook zijn vriendjes durven het nooit meer aan om Maarten te pesten.

Ontheffing

Klanten bij ijskar

Al vroeg in het voorjaar staat hij de rest van de week op zijn vaste stek bij de Sluisbrug, waar hij tot laat na de zomer ijs verkoopt. Soms vriest het al, maar Maarten wacht nog op klanten. De enige warmte in de ijskar is zijn thermosfles met koffie. De loodzware ijskar (vanwege de zinken betimmering om het ijs koud te houden) wordt elke ochtend via de Kaatjessteeg, Varkensmarkt, Kaasmarkt en Padjedijk naar de standplaats bij de Sluisbrug geduwd. Het Padjedijk is vanaf de Kaasmarkt verboden in te rijden, maar Maarten heeft daar een speciale ontheffing voor. Bij de sluis helpen de sluiswachters hem de kar de brug over te duwen en ‘s avonds is de jeugd altijd graag bereid om voor een ijsje een handje te helpen. Veel bezoekers van Purmerend komen op de fiets uit Neck, Jisp, Wormer en zelfs Zaandam, en dan is een ijsje van Greuter bij de Sluisbrug een welkome versnapering.                                  

Kijk-es
Soms moet er op drukke dagen een extra bus ijs worden gehaald bij de winkel in de Willem Eggertstraat en als de eigen (klein)kinderen niet in de buurt zijn, mag de Hazepolderjeugd het doen. Moeder zegt dan ‘niet van snoepen hoor‘, maar onderweg wordt stiekem toch een flinke lik ijs uit de bus genomen. De beloning is altijd een ijsje en Maarten zegt dan ‘kijk-es’ en duwt pardoes het net gekregen ijsje tegen je neus. Een andere standaardgrap is dat hij mensen de hand schudt met een uitgekauwde natte tabakspruim in zijn hand en extra lang stevig vasthoudt.                                                                                                     

Spatsie
Het begint allemaal met ijsjes van één of twee cent en een ‘spatsie’ (twee kleine jodenkoekjes met een bolletje vanille-ijs ertussen) voor een stuiver. IJsjes van tien cent ‘voor de ‘kapitalisten’, krijgen een scheutje limonade erbij, en voor de slagroom staat er een enorm zilverkleurig apparaat in de kar, maar dat kost wel een dubbeltje extra. In1964 stopt Maarten en overlijdt slechts acht maanden later in Huize St. Joseph (Viervorst). Nadat elektrahandel Groot Feith nog een aantal jaren in het pand aan de Willem Eggertstraat zit, wordt het in 1974 gesloopt voor de bouw van het WEC. Moeder Jans overlijdt in datzelfde jaar. Ruim dertig jaar lang staat Maarten Greuter in weer en wind met zijn ijskar op de markt en bij de Sluisbrug zonder ooit een lintje of speldje te krijgen. Eigenlijk verdient zo’n man alsnog een standbeeld.

Maarten en Johanna

 

Deel dit bericht:Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someoneShare on LinkedIn

7 comments

  1. Segers schreef:

    Hoi ik ben een kleindochter van Opa Greuter Wat super leuk om dit verhaal te lezen.heb er van genoten.ik zal het graag willen hebben.grotjes Marian Vredevoort-Segers

    1. Conny Dijkstra schreef:

      Als u uw adres mailt naar redactieweidevenner@gmail.com sturen we het naar u toe.
      Conny Dijkstra

  2. Ida Brockhus van der Vossen schreef:

    Ik ben geboren in de .
    Westerstraat 47 als vierde dochter van Bakker van de Vossen. In 1936
    Mijn ouders hadden daar een bakkerij .
    Soms mocht ik een ijsje gaan halen bij de ijsboer in de Willem Eggertstraat .
    Wij gingen dan achterom door de Westersteeg ik kreeg dan. 10 cent mee.
    Dat was in mijn tijd een hele luxe
    Toch zijn dat leuke herlnneringeng

  3. Klaas Groot schreef:

    In het artikel staat: “Nadat elektrahandel Groot Feith nog een aantal jaren in het pand aan de Willem Eggertstraat zit, wordt het in 1974 gesloopt voor de bouw van het WEC.” Dit is niet helemaal juist. Mijn vader Simon Groot had een installatiebedrijf (loodgieter, sanitair en elektra) aan de overkant op nummer 16. Hij kocht het pandje van Greuter toen dat te koop stond, ik denk in 1965. Hij vestigde er een showroom in met gaskachels. De gasvelden in Groningen waren pas ontdekt en mijn vader zag daar wel kansen liggen. Hij noemde het pandje “De Gasbel”. Achterin het pand aan de Kaatjessteeg werd een werkplaats ingericht voor de installatietak van het bedrijf. Enige jaren later verkocht mijn vader de zaak aan Evert Feith. Het ging toen Groot Feith heten. Ik weet niet of de heer Feith nog iets in nummer 11 heeft gedaan. Wel weet ik dat hij een reparatiewerkplaats heeft ingericht in het voormalige pand van bakker Brunt in de Bultstraat, aan de achterkant van de Willem Eggertstraat 12 (Café Molenaar), naast slager Huisman.

  4. R Poot -Visser schreef:

    Ik reageer graag op het artikel over de fam Greuter. Mijn naam is Ria Visser en we woonden in de sigarenwinkel hoek Breedstr/W/Eggertstraat. Op zondag hadden we voor het raam de voetbal uitslagen op schoolborden hangen. Op dinsdag kreeg ik na het broodje tussen de middag, mijn dinsdagdubbeltje. Oh wat heerlijk om bij Greuter uit te zoeken wat je zo heeeel graag wilde hebben. De zwart op wit in een puntzakje was ook zo heerlijk. Maar op tijd weer naar school A en dan in het vakje van de schoolbank stiekem met je duim zwart op wit likken. Geweldige herinneringen, Klaas Groot kan ik me ook nog goed herinneren.
    Met vriendelijke groet Ria Poot-Visser.

  5. john Conijn schreef:

    Onze Moeder Jo (Jopie) Conijn-Greuter wil graag reageren op de foto van de snoepwinkel en Alcoholvrij cafe in de Willem Eggertstraat die van mijn opa Maarten en Oma Jans Greuter was.
    Op de foto staan van links naar rechts
    Tante Annie Jonker-Greuter, ome Cor Jonker,Tante Marie Vredevoort-Greuter, Ome Tinus Greuter, Oma Greuter, en op de stoel Ome Jan Greuter.
    Onze moeder was de een de jongste kinderen van opa en oma en is nu 88 jaar en de enige nog levende van de familie Greuter en zij vind het een mooi verhaal.
    Kan zij hier een exemplaar van krijgen?

    1. Conny Dijkstra schreef:

      Dat is goed hoor. We nemen contact met u op. De redactie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *