Bevrijd, een verhaal over toen

03/05/2018

Een mooi verhaal, prachtig vertelt door Julie-Ann Meravilla (pseudoniem) in het kader van 4 mei.

Haar handen lagen op haar schoot. Als rimpels konden spreken, vertelden ze een lange geschiedenis. Handen zijn een landkaart van het leven, ze dragen het eelt van de ziel, het pigment van de pijn en de plooien van het hart. Ze vouwde ze soms ineen alsof ze aan het bidden was, ik vroeg me dan af of ze aan haar overleden man dacht… de enige die ze een leven lang verafgood had. Of hij die onvoorwaardelijke liefde waard was geweest, is een optelsom waarvan alleen zij de uitkomst bij zich droeg, maar waar ik in de loop der verhalen mijn vraagtekens bij had geplaatst.

Ik was net 18 toen zij voor een paar maanden haar villa in Noord Italië verruilde voor haar bovenetage in Amsterdam Zuid. Ik had ruim een jaar in haar huis gewoond en ondanks dat ik sinds kort een eigen huis in de Watergraafsmeer had, trok ik voor onbepaalde tijd bij haar in. Haar heupen waren eenvoudigweg niet meer in staat om dagelijks de drie steile trappen op en af te lopen, laat staan om de boodschappen omhoog te sjouwen. Later zou ik begrijpen dat het vooral de verhalen zouden zijn waarvoor ik aanwezig was. Ze had een bewogen leven achter de rug, maar bezat de kunst deze mooier in te kleuren dan waar de contouren toe uitnodigden. Zo vormde het geheel een avontuurlijk en rijk verleden waar ik graag naar luisterde.

Haar leven werd, zelfs post mortem, gedicteerd door mijn grootvader, die ik nooit echt had leren kennen en enkel herinner als de excentriekeling met de extravagante zijde pyjama’s die de allure hadden van een driedelig pak. Zijn smalle snor krulde om zijn ingevallen gezicht en gaven hem het aanzien van een sprookjesfiguur. Ik denk zelfs dat hij nooit meer dan dat is geweest. Opi liet zich maar zelden zien. Ik kan alleen beelden van hem terugroepen in het Val di Non van Salter, waar naast de enorme vleugel de ‘tearoom’ was gesitueerd. Omringd met boekenkasten vol indrukwekkende boektitels en encyclopedieën, waarvan ik jaren later zou ontdekken dat het merendeel slechts geschilderde kaften bleken te zijn zonder de beloofde letters van de boeken zelf. Opi was kunstenaar. Schrijver, schilder en fantast. Soms las hij na het drinken van een borrel uit een kristallen glas een short story voor uit zijn glorietijd. In december was dat het Kerstverhaal, dat ondanks uitgegeven in vele talen altijd in het Engels werd voorgelezen. Ik heb er nooit een woord van verstaan, maar hing aan zijn snor wanneer hij acteur-waardig de zinnen voordroeg. Daarna verdween hij weer naar de vertrekken waar de gordijnen nooit het zonlicht binnenlieten en namen mijn ooms om beurten of samen plek achter de vleugel, waar in mijn ogen de echte magie plaatsvond. Talent was hier rijkelijk uitgedeeld. Aan de rand van het leven waarin schoonheid haar altijd had omringd, lieten de verhalen los. Mijn grootouders hadden tijdens de tweede wereldoorlog vele Joden onderdak geboden. Niet zelden met gevaar voor eigen leven, want het verzet kende zo zijn prijs en naar ik begreep werd die duurbetaald. Mijn vader, geboren in juni 1940, heeft het geluk gehad dat de meeste gruwelbeelden zijn herinnering niet hebben gehaald, al weet ook hij – behept met het O’Sickens gen – een paar zowel prachtige als gruwelijke anekdotes te vertellen. De jacht op mijn grootvader, die de geschiedenis inging als verzetsheld, was een voortdurende dreiging die vooral zijn vrouw het hoofd moest bieden. Het grootste deel van de oorlog zat hij ergens in de dakgoot verscholen. Talrijk zijn de verhalen van de Duitsers die huisbezoekingen kwamen afleggen, met als hoogte- of beter: dieptepunt de dag waarop Opi werd opgepakt, maar wist te ontsnappen uit de jeep en zigzaggend aan de regen kogels wist te ontkomen.

Vertellingen over de vele joodse gezinnen die in de loop der jaren ondergedoken zaten in het ouderlijk huis in Laren en vooral vele angstscenario’s die het hoofd werden geboden en momenten die beter vergeten werden. Achter haar vochtige ogen lagen tranen die nooit vielen, het waren de verhalen die te gruwelijk waren voor het daglicht. Fragmenten die een leven lang schuilden in de kelders van haar geheugen. Ondergedoken in de vrees van het moment dat ieder ogenblik oproepbaar leek. De oorlog zat in haar. Alles wat ze kwijt was geraakt, lag in die vijf jaren van haar leven. Haar man die nooit meer volledig herstelde van de paniek en daardoor geen vrede leerde sluiten met zijn geest, de drie kinderen die nooit meer zouden roepen en alleen nog tot leven kwamen op een zwart-wit foto. Op haar netvlies speelde de 1940-1945 film onafgebroken af. Vele joodse gezinnen hadden het onder haar hoede gered. Dat mag gezegd. Moet gezegd! Nooit vergeet ik echter de teleurstelling die van haar stem afdroop toen ze vertelde dat na de oorlog geen van hen ooit met een woord of gebaar van dank blijk gaf van enige waardering. Ook niet het rijke gezin dat na de bevrijding trots het porseleinen servies dat uit handen van de Duitsers was gebleven op tafel uitstalde. Het servies van omi was – net als vele andere dingen die ze had gedeeld -gesneuveld of verloren gegaan. Hun leven bleek ze geen theekopje, nog geen schoteltje waard te zijn. Ze zal het nooit hardop hebben uitgesproken, maar dàt deed zeer.

Een familiegeschiedenis ligt waar het hoort, in het verleden en wordt slechts af en toe opgerakeld, gepoetst en doorgegeven. Ieder jaar denk ik tijdens dodenherdenking vooral aan Omi. Ondanks dat zij overleefde, is ze voor mij het voorbeeld van een oorlogsslachtoffer. Al haar dromen sneuvelden, haar toekomst raakte gewond. Bevrijding kwam voor haar niet op 5 mei 1945, maar ruim 50 jaar later toen ze voor de laatste keer haar ogen sloot en de film eindelijk zwart werd.
© Junns 03-05-2018

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

2 comments

  1. Anne_mie schreef:

    De 1e stap naar,………

  2. Joke Boszhard schreef:

    Een prachtig en waar verhaal,zoveel verdriet en nooit enige waardering toen.
    Dit is wat voor veel mensen teleurstellend was.
    Gelukkig blijven we herdenken.
    Mijn gezin en ikzelf herdenken elk jaar in het Amsterdamsebos rond 29 april de bevrijding van het kamp Dachou waar mijn vader na een razzia is heengebracht en is overleden.
    Sterkte Joke Boszhard-Klok

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *