Jan ‘Stoet’ Bakker, een kleurrijke Purmerender

30/08/2020

Jan ‘Stoet” Bakker

Soms kom je in Purmerend dingen tegen waarvan je denkt, hé wat leuk, dat wist ik niet. Regelmatig plaatsen we op deze site een artikel uit het boek Terugblikken, verhalen over de stad en haar bewoners, van Piet Jonker, redacteur/fotograaf van weidevenner.nl. Deze keer Jan ‘Stoet’ Bakker, een kleurrijke Purmerender

Jan Adriaan Bakker wordt geboren op 11 maart 1909 in Hobrede als zoon van de in Purmerend bekende lompenkoopman Herman Bakker. Deze heeft een sigarenwinkel aan de Westerstraat en een golfplaten gebouwtje aan de Buitenkant met voornamelijk tweedehands koopwaar. Jan gaat na de lagere school meteen aan het werk, maar op bazen heeft hij het niet zo begrepen. Tijdens de oorlog wordt vader afgevoerd en moet Jan zorgen voor brood op de plank. Als vader terugkomt ontstaat er verschil van mening over de toekomst van de zaak, vertrekt Jan naar Friesland, krijgt werk bij een heiploeg en wordt verliefd op de dochter van de baas. Na een poosje komt hij met Sjoukje en kinderen Herman en Corrie terug naar Purmerend in een zelfgerestaureerde boot. Er zit echter geen motor in de boot en dat betekent met een touw om zijn middel trekken langs de oever. De oversteek over het IJsselmeer gaat in konvooi achter een sleepboot in slecht weer en de kinderen zijn doodziek. Voor vertrek wil de pastoor de boot zegenen, maar dat ziet Jan, op z’n zachts gezegd, niet zitten.

Asbestringetjes

1945. Jan, Sjoukje en zoon Herman voor de zaak aan de Buitenkant (Kanaalschans).

In Purmerend gaan ze wonen aan de Buitenkant en verhuizen later naar de boot bij het pontje aan het Tramplein. Vanwege zijn Friese avontuur krijgt Jan al snel de bijnaam ´Stoet’. Het is twaalf ambachten en dertien ongelukken en uiteindelijk maakt Jan kachels in een loods aan de Oude Sluis. Ieder gezin heeft in die dagen een petroleumstel en vaak gaat het rooster kapot. Jan levert als enige nieuwe roosters die pasten. Hij heeft namelijk een hele partij opgekocht en laat bij Karhof de pootjes op maat zagen. Tijdens de inkoop van roosters loopt Jan eens tegen een partij deksels op en weet ze met bijpassende pannen op markten te verkopen. De pannen zijn geëmailleerd en asbest ringetjes met schroefje om een lek in de pan te dichten zijn eveneens leverbaar. Een primeur heeft hij in Purmerend met de verkoop van plastic teiltjes.                                                           

Panklare kippen

Tussen de bedrijven door geeft Jan dansles bij Aart Aarse via de methode ‘hooi en strooi´, wat staat voor links en rechts, soms met begeleiding van een zingende zaag. Als Jan wordt opgenomen in het ziekenhuis voor een maagonderzoek smokkelt hij uit voorzorg een paar panklare kippen mee naar binnen. Tijdens de nachtdienst vraagt hij de verpleegster vriendelijk of ze de beestjes even in de roomboter wil braden, maar dat feest gaat niet door. Jan stilt zijn honger met een paar ook clandestien meegenomen rauwe eieren, maar daardoor mislukken de volgende dag de röntgenfoto’s, is de arts boos en moet hij langer in het ziekenhuis blijven. Naast de boot aan het Tramplein bezit Jan ook een botter en het is voor de kinderen uit de buurt feest als ze met ‘Ome Jan’ mogen meevaren voor een tochtje naar het IJsselmeer. Rond 1970 koopt Jan de doodskistenfabriek van Dobber,in een hofje aan de Westerstraat, en gaat in een piepklein kamertje boven de zaak wonen. Later neemt hij ook de voormalige boerderij over. Na vertrek van de huurders gaat eerst zoon Herman en later Jan zelf in de boerderij wonen.

Baanveger

Koopman in potten en pannen.

Gekleed in een manchester broek, klompen en geitenwollen sokken gaat hij met zijn pannen naar verschillende markten. In Purmerend staat hij op de Westerstraat (vroeger Pottenmarkt) met de hele handel uitgestald op de straat, en tijdens de jaarlijkse Lappendag is hij uitgedost in een pandjesjas en hoge hoed. Hij is gek op fietsen en maakt lange tochten. Met de broekklem in de pijp gaat hij het hele land door. Op klompen met de schaatsen er aan vastgeschroefd is hij vaak in de weer als baanveger en als er geen ijs in de gracht ligt, gaat hij naar Alkmaar of de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Jan is principieel tegen het betalen voor toegang en mag dan ook altijd gratis naar binnen. Rond Sinterklaas en Kerst trakteert hij bezoekers op een taaipop of sinaasappel.

Passie
Met zijn lange grijze haren, rokkostuum en hoge hoed is hij een graag geziene verschijning op allerlei feesten en bijeenkomsten. In 1978 opent ‘Stoet’ een fototentoonstelling op de Kaasmarkt en tapt hij het eerste pilsje als opening van café ‘t Purmerendje. In 1981 geeft hij in het radioprogramma Purmerend Centraal zijn uitgesproken mening over een autovrije binnenstad. Ome Jan kan met passie vertellen over oud-Purmerend en meestal komen dan talloze foto’s uit zijn enorme verzameling op tafel.

Een maand voor zijn tachtigste verjaardag in 1989 krijgt Jan, tijdens een ritje met zijn auto, een hartstilstand en overlijdt hij. Purmerend verliest een markante en bijzondere inwoner.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Koopman in potten en pannen.               

 

Deel dit bericht:Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someoneShare on LinkedIn

4 comments

  1. Bertus Kramer schreef:

    Prachtig op gesteld
    Ome jan met poten en pannen hij woonde op de westerstraat in de timmerloos van de fam Dobber , hij juiste boven wat hij oude tv verzamelden de balken buigde, hij zij Bertus dit zij echte balken. Je hoorde hem altijd met zij zwarte getekende klompen
    En heeft mij schaatsen geleerd en zo kan je eindeloos mooie herinneringen op halen.

  2. Jan heb ik zeker nog gekend. Als oud Purmerender kon je daar niet omheen. Leuk om dit weer te lezen. Ook dat stuk over Greuter de ijsboer brengt herinneringen boven. Mijn broer Rob (onlangs overleden) reed vaak de ijskar van Greuter van de sluis naar de Willem Eggertstraat, en kreeg er dan als dank een ijsje voor.

  3. Barbara schreef:

    Ontzettend leuk stuk om te lezen als kleindochter van Stoet. (dochter van Herman)
    Dankjewel!!

  4. Moh.Gadi Soenarto schreef:

    Heb stoet Bakker leren kennen via zijn zoon Herman, waar ik mee samen werkte
    in het Paardshoofd op de koemarkt.
    Vond het een bijzondere man , woonde toen nog in de westerstraat in Purmerend.
    Jammer genoeg is Herman ook al niet meer onderons, mis hem nog steeds .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *