Boze Buurman

29 april 2018

Als echte Purmerender heb je wel eens behoefte aan geen gezeur aan je hoofd en het stadse gebeuren even achter je te laten. Mijn favoriete plekje was heel lang een stukje natuur nabij de Hazepolder, waar ik ’s morgens vroeg, gezeten op een omgevallen boom, helemaal in mezelf verdween. Na een poosje zat er dan een oude indiaan tegenover me en bespraken we het leven. Hij had zich ooit voorgesteld als Smelling Feet, maar ik noemde hem gemakshalve Kluk. Na een boeiend gesprek ging ik altijd weer helemaal verlicht op huis aan.

De laatste keer was het anders. Kluk was boos. Voorzichtig vroeg ik wat er aan de hand was, want je weet het maar nooit met een indiaan. Hij schudde zijn tooi en tranen welden op in zijn ogen. “Ik woon hier al bijna een halve eeuw met veel plezier, maar de laatste tijd gaat het helemaal fout. Niemand viel me lastig, niet de mensen die denken dat hier kaboutertjes leven en ook niet de pubers die rondjes reden met kleine bromfietsjes. Maar de kaboutermensen hebben nu ook een paashaas losgelaten en kwamen met een kudde kinderen alle eieren weghalen. De brommerpubers zijn de laatste tijd veel groter gegroeid en komen met enorme motoren, quads en terreinwagens de open plekken en paden omploegen. Mijn broer Running Nose is al gevlucht naar familie in het Purmerbos.” Ik had er wel wat van meegekregen uit de kranten, maar nooit gedacht dat de situatie van levensbelang was. Omdat ik ook iets had gelezen over plankjes met schroeven, vroeg ik meteen maar wie volgens hem de boel verstoort. Ik had gezien dat bezoekers vuilniszakken hadden opgehangen, dus die doen niet van die rare dingen. “Ja hoor”, mompelde Kluk, “maar die vuilniszak hangt wel aan vijftig jaar oude bomen, waar met mes of bijl op is ingehakt.” Toen ik voorzichtig vroeg wie dan de boel in de fik had gestoken, trok hij nog roder weg dan hij al was en fluisterde: “dat was een ongelukje met mijn vredespijp.” Hij had er duidelijk geen zin meer in en ik besloot weer op huis aan te gaan. Bij de uitgang wachtte een totale verrassing, want ik liep tegen een enorm hek aan. Ik kon er niet meer uit en gezien mijn conditie was klimmen geen optie. In de verte zag ik nog net de achterlichten van een gemeenteauto verdwijnen. Goede raad was duur en in dit geval nat, want de enige mogelijkheid tot ontsnappen was door de sloot. Zeiknat en koud kwam ik weer op de kant als een verzopen konijn moest ik naar huis. Een hek om een natuurgebied, waar niemand meer in mag, lijkt op de Oostvaardersplassen. Maar dan met een indiaan, paashaas en kabouters in plaats van grote grazers. Kan daar niet wat aan gedaan worden?
bozebuurman@hotmail.com.

Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *